Javascript must be enabled to continue!
De interpretatie van de weigeringsgronden uit het Haags Kinderontvoeringsverdrag in Nederland: een tussenstand na ruim 25 jaar
View through CrossRef
De interpretatie van de weigeringsgronden uit het Haags Kinderontvoeringsverdrag in Nederland: een tussenstand na ruim 25 jaar
Het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV) is in het leven geroepen om internationale kinderontvoering tegen te gaan en is sinds 1 september 1990 voor Nederland van kracht. Het uitgangspunt van het verdrag is dat kinderen die van de ene naar de andere Verdragsstaat ontvoerd zijn zo spoedig mogelijk dienen terug te keren naar de Staat van gewoon verblijf. De rechter van de Staat waarnaar het kind ontvoerd is kan echter van dit uitgangspunt afwijken, en derhalve een verzoek tot teruggeleiding van het ontvoerde kind afwijzen, door gebruik te maken van een van de zogenoemde weigeringsgronden die zijn neergelegd in de artikelen 12, 13 en 20 HKOV. Deze bijdrage gaat in op de wijze waarop deze weigeringsgronden de afgelopen (ruim) vijfentwintig jaar in de Nederlandse jurisprudentie zijn toegepast. Uit die jurisprudentieanalyse volgt dat de weigeringsgronden in het algemeen niet (te) ruim worden geïnterpreteerd, maar dat een beroep daarop wel degelijk succesvol kan zijn. Vanwege de casuïstische aard van internationale kinderontvoeringszaken kunnen echter niet eenvoudig één of meer combinaties van factoren worden aangewezen op grond waarvan aanstonds duidelijk is dat een teruggeleidingsverzoek zal worden afgewezen.The Hague Convention on the Civil Aspects of International Child Abduction aims to prevent international child abduction. The Convention came into force in the Netherlands on the 1st September 1990.As a starting point, the Convention holds that a child abducted from one Contracting State and taken to another should be promptly returned to the country of his or her habitual residence. However, the court of the Contracting State to which a child has been abducted may depart from this rule and decide to dismiss the application for the return of the child on the basis of one of the exceptions stipulated in Articles 12, 13 or 20 of the Convention.This article deals with the way in which the above-mentioned provisions have been applied in Dutch case law since the Convention came into force. From the analysis of the case law it can be generally established that courts tent to interpret these exceptions rather restrictively. Nevertheless, such exceptions have still been successfully invoked. However, owing to the casuistically nature of international child abduction matters it is not possible to uncover certain combinations of factors that would definitively lead to the rejection of return of the child.
Title: De interpretatie van de weigeringsgronden uit het Haags Kinderontvoeringsverdrag in Nederland: een tussenstand na ruim 25 jaar
Description:
De interpretatie van de weigeringsgronden uit het Haags Kinderontvoeringsverdrag in Nederland: een tussenstand na ruim 25 jaar
Het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV) is in het leven geroepen om internationale kinderontvoering tegen te gaan en is sinds 1 september 1990 voor Nederland van kracht.
Het uitgangspunt van het verdrag is dat kinderen die van de ene naar de andere Verdragsstaat ontvoerd zijn zo spoedig mogelijk dienen terug te keren naar de Staat van gewoon verblijf.
De rechter van de Staat waarnaar het kind ontvoerd is kan echter van dit uitgangspunt afwijken, en derhalve een verzoek tot teruggeleiding van het ontvoerde kind afwijzen, door gebruik te maken van een van de zogenoemde weigeringsgronden die zijn neergelegd in de artikelen 12, 13 en 20 HKOV.
Deze bijdrage gaat in op de wijze waarop deze weigeringsgronden de afgelopen (ruim) vijfentwintig jaar in de Nederlandse jurisprudentie zijn toegepast.
Uit die jurisprudentieanalyse volgt dat de weigeringsgronden in het algemeen niet (te) ruim worden geïnterpreteerd, maar dat een beroep daarop wel degelijk succesvol kan zijn.
Vanwege de casuïstische aard van internationale kinderontvoeringszaken kunnen echter niet eenvoudig één of meer combinaties van factoren worden aangewezen op grond waarvan aanstonds duidelijk is dat een teruggeleidingsverzoek zal worden afgewezen.
The Hague Convention on the Civil Aspects of International Child Abduction aims to prevent international child abduction.
The Convention came into force in the Netherlands on the 1st September 1990.
As a starting point, the Convention holds that a child abducted from one Contracting State and taken to another should be promptly returned to the country of his or her habitual residence.
However, the court of the Contracting State to which a child has been abducted may depart from this rule and decide to dismiss the application for the return of the child on the basis of one of the exceptions stipulated in Articles 12, 13 or 20 of the Convention.
This article deals with the way in which the above-mentioned provisions have been applied in Dutch case law since the Convention came into force.
From the analysis of the case law it can be generally established that courts tent to interpret these exceptions rather restrictively.
Nevertheless, such exceptions have still been successfully invoked.
However, owing to the casuistically nature of international child abduction matters it is not possible to uncover certain combinations of factors that would definitively lead to the rejection of return of the child.
Related Results
Numéro 85 (nl) - février 2011
Numéro 85 (nl) - février 2011
Op initiatief van de federale overheid heeft het Belgische stelsel van werkloosheidsverze-kering sinds 2004 belangrijke veranderingen ondergaan. Het principe van de toekenning van ...
<title>Karakteristiek Duurzaam Erfgoed in Gelderland<subtitle>KaDEr-stellingen
<title>Karakteristiek Duurzaam Erfgoed in Gelderland<subtitle>KaDEr-stellingen
Deze publicatie is een weerslag van de uitkomsten van het KaDEr-project (Karakteristiek Duurzaam Erfgoed) dat de TU Delft in opdracht van en in samenwerking met de Provincie Gelder...
Het Qualitative Assessment and Review Instrument (QARI) ter ondersteuning van synthesen van kwalitatief onderzoek
Het Qualitative Assessment and Review Instrument (QARI) ter ondersteuning van synthesen van kwalitatief onderzoek
Het systematisch literatuuroverzicht (systematic review) heeft de laatste jaren enorm aan impact gewonnen in het evidence-based discours en wordt beschouwd als een belangrijke info...
Le maintien de l'ordre en 1884. Les manifestations d'août et de septembre à Bruxelles
Le maintien de l'ordre en 1884. Les manifestations d'août et de septembre à Bruxelles
Het katholieke kabinet dat na de verkiezingen van 10 juni 1884 aan de macht kwam, maakte al vlug werk van een nieuwe onderwijswetgeving. Dit lokte een hevige liberale reactie uit. ...
Verrekenprijzen bij handelingen tussen hoofdhuis en vaste inrichting
Verrekenprijzen bij handelingen tussen hoofdhuis en vaste inrichting
In het arrest Pizzarotti Italia heeft het HvJ in een Roemeense zaak beslist dat een nationale regeling op grond waarvan wel een verrekenprijscorrec tie van de winst van een vaste i...
Nini Brunt, 1891-1984
Nini Brunt, 1891-1984
Wanneer Nini Brunt (1891-1984) in de tweede helft van de jaren zeventig twee boekjes met memoires over haar Haagse jeugd uitbrengt,1 wordt daar in de literaire pers veel aandacht a...

