Javascript must be enabled to continue!
Het slechte geweten van Vlaanderen: Over het racisme van Hendrik Conscience (1812-1883). Deel 2
View through CrossRef
Deze tweedelige bijdrage vertrekt van de vaststelling dat Hendrik Conscience (1812-1883) de voorbije decennia met een erg kwalijke reputatie werd opgezadeld. De oorzaak wordt uitgelegd als een samenspel van factoren waarin echter de toe-eigening van zijn schrijverschap door rechtse en extreemrechtse Vlaams-nationalisten doorslaggevend is. Zo is haast automatisch de verdenking over Conscience kunnen neerdalen dat hij in zijn werk een hardnekkig racisme zou hebben uitgedragen waarmee hij het volk dat zijn boeken las, zou hebben aangestoken. In deze bijdrage wordt onderzocht waar de beschuldigingen van racisme aan het adres van Conscience vandaan komen, op welke gronden ze zijn gebaseerd, wat in deze context zoal wordt bedoeld met de notie racisme, alsook, in de allereerste plaats, welke racistische opvattingen daadwerkelijk in zijn omvangrijke oeuvre zijn aan te treffen. Een analyse van De leeuw van Vlaenderen (1838), Geschiedenis van graef Hugo van Craenhove en van zynen vriend Abulfaragus (1845), Jacob van Artevelde (1849), Batavia (1858) en Simon Turchi (1859), aangevuld met observaties uit diverse andere literaire teksten, toont aan dat het werk van Conscience bulkt van etnische stereotypen en imperialistische denkbeelden, maar terzelfder tijd nauwelijks migratie-vijandige boodschappen bevat en geen sporen van biologisch racisme of modern antisemitisme vertoont. De door Conscience literair geconstrueerde Vlaamse culturele identiteit blijkt zelfs verrassend goed te rijmen met interculturele dynamiek en diversiteit, al is in zijn discours ook steeds een onmiskenbaar paternalistische ondertoon aanwezig. In het besluit wordt toegelicht dat een nuancering van Consciences racisme niet aanstuurt op de trivialisering van diep ingesleten koloniale denkpatronen, maar gewoon een kwestie van historiografische deontologie is.__________________________________________________________________________________________________
Flanders’ bad conscience: on Hendrik Conscience’s (1812-1883) racism
This two-part article starts from the observation that Hendrik Conscience (1812-1883) has been attributed a malign reputation in recent decades. Its ubiquity can be explained as the result of an interplay of different factors, though the appropriation of the writer by right and extreme-right Flemish nationalists has proven decisive. Consequently, a conventional assumption regarding Consience which presumes that his literary work is rife with an adamant racism which galvanized the people who read his books, has become prevalent. This article analyses the origins of these accusations against Conscience, the bases on which they are founded, the meaning of the concept of racism in this context and, first and foremost, what kind of racist perspectives can actually be traced in his extensive oeuvre. An analysis of De Leeuw van Vlaanderen [The Lion of Flanders] (1838), Geschiedenis van graef Hugo van Craenhove en van zynen vriend Abulfaragus [History of Count Hugo van Craenhove and his friend Abulfaragus] (1845), Jacob van Artevelde (1849), Batavia (1858), and Simon Turchi (1859), complemented with observations from a range of different literary texts, illustrates how Conscience’s oeuvre is brimming with ethnic stereotypes and imperialist beliefs, though at the same time shows how it is almost entirely devoid of any migrant-hostile messages and has no traces of biological racism or modern antisemitism. Conscience’s literary constructed Flemish cultural identity even appears to gel surprisingly well with intercultural dynamics and diversity, though his discourse remains unmistakably marked by a paternalistic undertone. The conclusion clarifies how a nuanced approach to Conscience’s racism does no aim to trivialize deeply ingrained colonial thought patterns, but constitutes a case of historiographical deontology.
Title: Het slechte geweten van Vlaanderen: Over het racisme van Hendrik Conscience (1812-1883). Deel 2
Description:
Deze tweedelige bijdrage vertrekt van de vaststelling dat Hendrik Conscience (1812-1883) de voorbije decennia met een erg kwalijke reputatie werd opgezadeld.
De oorzaak wordt uitgelegd als een samenspel van factoren waarin echter de toe-eigening van zijn schrijverschap door rechtse en extreemrechtse Vlaams-nationalisten doorslaggevend is.
Zo is haast automatisch de verdenking over Conscience kunnen neerdalen dat hij in zijn werk een hardnekkig racisme zou hebben uitgedragen waarmee hij het volk dat zijn boeken las, zou hebben aangestoken.
In deze bijdrage wordt onderzocht waar de beschuldigingen van racisme aan het adres van Conscience vandaan komen, op welke gronden ze zijn gebaseerd, wat in deze context zoal wordt bedoeld met de notie racisme, alsook, in de allereerste plaats, welke racistische opvattingen daadwerkelijk in zijn omvangrijke oeuvre zijn aan te treffen.
Een analyse van De leeuw van Vlaenderen (1838), Geschiedenis van graef Hugo van Craenhove en van zynen vriend Abulfaragus (1845), Jacob van Artevelde (1849), Batavia (1858) en Simon Turchi (1859), aangevuld met observaties uit diverse andere literaire teksten, toont aan dat het werk van Conscience bulkt van etnische stereotypen en imperialistische denkbeelden, maar terzelfder tijd nauwelijks migratie-vijandige boodschappen bevat en geen sporen van biologisch racisme of modern antisemitisme vertoont.
De door Conscience literair geconstrueerde Vlaamse culturele identiteit blijkt zelfs verrassend goed te rijmen met interculturele dynamiek en diversiteit, al is in zijn discours ook steeds een onmiskenbaar paternalistische ondertoon aanwezig.
In het besluit wordt toegelicht dat een nuancering van Consciences racisme niet aanstuurt op de trivialisering van diep ingesleten koloniale denkpatronen, maar gewoon een kwestie van historiografische deontologie is.
__________________________________________________________________________________________________
Flanders’ bad conscience: on Hendrik Conscience’s (1812-1883) racism
This two-part article starts from the observation that Hendrik Conscience (1812-1883) has been attributed a malign reputation in recent decades.
Its ubiquity can be explained as the result of an interplay of different factors, though the appropriation of the writer by right and extreme-right Flemish nationalists has proven decisive.
Consequently, a conventional assumption regarding Consience which presumes that his literary work is rife with an adamant racism which galvanized the people who read his books, has become prevalent.
This article analyses the origins of these accusations against Conscience, the bases on which they are founded, the meaning of the concept of racism in this context and, first and foremost, what kind of racist perspectives can actually be traced in his extensive oeuvre.
An analysis of De Leeuw van Vlaanderen [The Lion of Flanders] (1838), Geschiedenis van graef Hugo van Craenhove en van zynen vriend Abulfaragus [History of Count Hugo van Craenhove and his friend Abulfaragus] (1845), Jacob van Artevelde (1849), Batavia (1858), and Simon Turchi (1859), complemented with observations from a range of different literary texts, illustrates how Conscience’s oeuvre is brimming with ethnic stereotypes and imperialist beliefs, though at the same time shows how it is almost entirely devoid of any migrant-hostile messages and has no traces of biological racism or modern antisemitism.
Conscience’s literary constructed Flemish cultural identity even appears to gel surprisingly well with intercultural dynamics and diversity, though his discourse remains unmistakably marked by a paternalistic undertone.
The conclusion clarifies how a nuanced approach to Conscience’s racism does no aim to trivialize deeply ingrained colonial thought patterns, but constitutes a case of historiographical deontology.
Related Results
Se disputer le "vrai" racisme : qualifications ordinaires, enjeux moraux et frontières symboliques : une étude d'un corpus de commentaires d'internautes.
Se disputer le "vrai" racisme : qualifications ordinaires, enjeux moraux et frontières symboliques : une étude d'un corpus de commentaires d'internautes.
Cette thèse interroge les cadres moraux et symboliques par lesquels les individus se saisissent et se disputent la question du racisme en France. La problématique générale porte ai...
Numéro 85 (nl) - février 2011
Numéro 85 (nl) - février 2011
Op initiatief van de federale overheid heeft het Belgische stelsel van werkloosheidsverze-kering sinds 2004 belangrijke veranderingen ondergaan. Het principe van de toekenning van ...
<title>Karakteristiek Duurzaam Erfgoed in Gelderland<subtitle>KaDEr-stellingen
<title>Karakteristiek Duurzaam Erfgoed in Gelderland<subtitle>KaDEr-stellingen
Deze publicatie is een weerslag van de uitkomsten van het KaDEr-project (Karakteristiek Duurzaam Erfgoed) dat de TU Delft in opdracht van en in samenwerking met de Provincie Gelder...
Racisme : genèse et épistémologie d’un concept de lutte
Racisme : genèse et épistémologie d’un concept de lutte
Là où le concept de racisme appartient au vocabulaire courant et où les usages réflexifs et les définitions de ce concept ne manquent pas, comment comprendre la persistance et le r...
Le maintien de l'ordre en 1884. Les manifestations d'août et de septembre à Bruxelles
Le maintien de l'ordre en 1884. Les manifestations d'août et de septembre à Bruxelles
Het katholieke kabinet dat na de verkiezingen van 10 juni 1884 aan de macht kwam, maakte al vlug werk van een nieuwe onderwijswetgeving. Dit lokte een hevige liberale reactie uit. ...
"Onze toestand dwingt ons tot spreken." Brief van Cyriel Verschaeve an kardinaal Mercier — 6 augustus 1917
"Onze toestand dwingt ons tot spreken." Brief van Cyriel Verschaeve an kardinaal Mercier — 6 augustus 1917
De brief heeft van 1917 tot 2017 een merkwaardige geschiedenis gekend met betrekking tot de teksteditie. In deze bijdrage wordt de laatste, wetenschappelijke editie in de Open Brie...

